vrijdag, mei 19, 2006

Liedjesteksten

Sommige liedjesteksten zijn een verhaal op zich. Zo ook dit fragmentje uit "This is my life" van Shirley bassey.

Funny how a lonely day, can make a person say: What good is my life
Funny how a breaking heart, can make me start to say: What good is my life
Funny how I often seem, to think I'll find another dream In my life
Till I look around and see, this great big world is part of me
And my life

Sometimes when I feel afraid, I think of what a mess I've made Of my life
Crying over my mistakes, forgetting all the breaks I've had In my life
I was put on earth to be, a part of this great world is me And my life
Guess I'll just add up the score, and count the things I'm grateful for
In my life



Nieuwe haarcoupe!

Aan alles kon je merken dat de zomer eindelijk aangebroken was. Bij het openslaan van mijn raam kwam de mestgeur me al tegemoet. De koeien van de buren loeiden twee dagen op rij de hele nacht door. De buren werkten vele weekends door om in hun tuinen al het winters bruin weggeknipt te krijgen zodat het plaats kon maken voor zomers groen. De korte rokjes en topjes met diep décolleté kwamen terug boven. Koppeltjes lurkten samen gezellig aan een ijsje op de Graslei. Ja, aan alles kon je zien dat de zomer eindelijk aangebroken was.

Op de één of andere bizarre manier is dat ook altijd wel het moment dat ik beslis om nog eens drastisch te snoeien in mijn haarbos. Zo ook dit jaar. Hieronder kan je fotootjes zien van de nieuwe coupe. En zoals je ziet is het geen blond geworden maar een iets "rostere" variant.







vrijdag, mei 12, 2006

Onderzoeksproject: Frans Wuytack - achtergrondverhaal

Padre Francisco,
Vlaamse
revolutionaire
pater in Venezuela

“Je moet tussen de mensen leven om hun leed te kennen”


GENT - Vorige zomer titelde de Venezolaanse krant La Vega “Padre Fransisco komt terug!”. Deze Vlaamse pater probeerde dertig jaar geleden met man en macht de levensomstandigheden in de sloppenwijken van Caracas, de hoofdstad van Venezuela, te verbeteren. In het najaar komt er een documentaire over zijn leven in Venezuela uit, ‘Padre Fransico’, gemaakt door zijn zoon.

Frans Wuytack, zoals hij officieel heet, werd tot twee maal toe het land uitgezet door de Venezolaanse regering, door zijn pogingen om de regering wakker te schudden.

Geboren in een arbeiderswijk van Sint-Niklaas in 1934, als kind van arbeiders, wist hij zelf maar al te goed hoe zwaar het leven van arbeiders was. Hij wordt doordrongen van het socialisme dat sterk heerst in de buurt. Enkelen waren al naar Rusland gereisd om te zien hoe het communisme daar in de praktijk werd gezet. Vanaf zijn veertiende ging hij vier jaar lang werken op de Boelwerf. Maar zijn zucht naar andere continenten, naar andere culturen, naar avontuur kriebelde en hij besloot om priester te worden. Zeer tegen de zin van zijn vader ging hij, op achttienjarige leeftijd, in 1951 naar het Instituut voor de Late Roepingen in Kortrijk. Hij heeft er vier heerlijke jaren. Hij geniet vooral van de open geest die heerst op het instituut.

Na enkele jaren gewerkt te hebben in de parochie Sint-Vincentius in de arbeiderswijk ‘De Muide’ in Gent besluit hij definitief de stap te zetten naar het buitenland. Om zich voor te bereiden volgt hij lessen in 1965 aan het Latijns Amerikaans College in Leuven (nu COPAL). Daar maakt hij kennis met de ideeën van Camilo Torrres, die later de geschiedenis zal ingaan als één van de belangrijkste bevrijdingstheologen. Allebei geloven ze dat het de plicht is van priesters om armoede de wereld uit te helpen en niet louter de christelijke leer te prediken in arme wijken. De hele bevrijdingstheologie was een heet thema binnen de katholieke Kerk. Zo liet Johannes Paulus duidelijk verstaan dat hij geen respect had voor de bevrijdingstheologie omdat die te veel in hetzelfde vaarwater terechtkwam van het communisme. Vele bevrijdingstheologen werkten namelijk als arbeider en kwamen zo dikwijls terecht bij socialistische en communistische syndicaten. Ook de huidige paus Benedictus XVI schreef in 1984 als prefect van de Congregatie van de Geloofsleer een paginalang betoog tegen de bevrijdingstheologie.

Ondertussen was in Zuid-Amerika de ontvoogdingsstrijd volop bezig. In de jaren ’50 en ’70 vormen mannen als Che Guevara en Fidel Castro het gezicht van hun strijd. Mannen die tot op de dag van vandaag de hoop van vele arme Zuid-Amerikanen vertolken. Zij kreunen onder de economische macht van Noord-Amerika. Zo ook Venezuela. Het land is een grote bron van natuurlijke rijkdom: olievelden, aluminium, goud, steenkool. Maar het heeft ook vruchtbare grond. Alles is dus aanwezig om een welstellende samenleving te hebben. Maar door wanbeleid de afgelopen zestig jaren zijn enkel de rijkere burgers welvarender geworden. De arme burgers leven in sloppenwijken. Ze hebben geen werk, geen water, geen onderwijs. Venezuela heeft geen sociaal vangnet. De barrio’s, zo noemt de Venezolaanse bevolking de sloppenwijken, zijn een vorm van sociale huisvesting. Je confisqueert er je stukje land en je maakt met wat planken en golfplaten een “huis”.

Frans Wuytack krijgt in 1966 een plaats in een kapel in barrio La Vega, ten westen van Caracas. Niet lang na zijn aankomst besluit hij een krot te huren zodat hij tussen de mensen kan leven. Enkel zo kan hij aan de lijve ondervinden hoe de armen rondom hem leven. De jaren die volgen zijn een aanéénschakeling van betogingen voor water, onderwijs, tewerkstelling. Frans zit meerdere malen in de gevangenis, maar daar geeft hij niet om. Hij wordt beschouwd als één van hem. Ze noemen hem liefhebbend Padre Francisco.

Zo komt hij in het vizier van de toenmalige christen-democratische regering van de COPEI (Comité de Organización Política Electoral Independiente). De regering van president Rafael Caldera vergrootte haar greep op de oliesector en was berucht voor haar corruptie. Twee redenen voor Frans om te protesteren tegen deze regering, want indirect zorgde dit ervoor dat de armoede in de barrio’s alleen maar toenam.
Na een uit de hand gelopen protestactie in 1969 wordt Frans gevangen genomen en direct uit het land gezet.

Terug in België werkt hij een aantal jaren aan de dokken van Antwerpen. In 1973 staken de havenarbeiders. Ze eisen een dertiende maand, meer loon per afgewerkte taak en minder werkdruk. Door de enorm hoge werkdruk waren er dat jaar al 68 doden gevallen. Door zijn ervaring in Venezuela wordt Frans uitgeroepen tot stakingsleider. Hij stond in voor het praktische gedeelte: de politie misleiden, sabotages plegen. Al snel volgt de haven van Gent. Samen staken ze anderhalve maand lang. Er worden vurige speeches gegeven in de Gentse Vooruit. Robbe De Hert komt hen zelfs filmen. Maar na 48 dagen staking wordt er bij handopsteking besloten om ermee te stoppen omdat te veel arbeiders zonder inkomen geen levensmiddelen meer konden kopen. Maar de jaren daarna worden de eisen van de arbeiders toch nog verwezenlijkt.

Magda De Meyer, SP.A-volksvertegenwoordiger, maakte de staking van nabij mee. In de nadagen van mei ’68 waren jonge studenten des te gemotiveerder om voor de goede zaak op straat te komen. “Als lid van Interschool, een scholierenbeweging, hadden wij ook contact met de arbeidersbewegingen”, zegt ze. Magda De Meyer: “Zo heb ik Frans leren kennen. Frans is voor mij één van mijn geestelijke vaders. Hij heeft me geleerd hoe je solidariteit in de praktijk moet brengen. Ik heb enorm veel respect voor hem.”

Op 11 november 1972 wordt Frans Wuytack uit het priesterambt gezet. Hij had het te bont gemaakt tijdens verschillende acties van de beweging Inspraak. Bij een actie in Sint-Gillis-Dendermonde kwam het tot een gevecht tussen aanhangers van Inspraak en de ordediensten. Frans Wuytack moest voor de kerkelijke rechtbank verschijnen en er werd besloten dat hij door zijn acties het priesterambt niet meer waardig kon uitoefenen.

Ondanks het actieve leven in Vlaanderen besluit Frans toch terug te gaan naar Venezuela. Aangezien hij niet op een legale manier het land binnen kan besluit hij contact op te nemen met de Parijse leider van de FALN (Fuerzas Armadas de Liberacion Nacional). Ze gaan door de bossen de grenzen van Venezuela over. Maandenlang leeft hij verdoken in de bossen tussen gewapende guerrillastrijders.
Frans Wuytack:” Dat was eigenlijk niks voor mij. Ik moet tussen de mensen zitten en niet afgesloten van de bewoonde wereld. Ik ben ook niet voor wapens, al begrijp ik wel dat ze die bij hadden als zelfverdediging. Ik was blij toen ik terug in de barrio was. Ik was daar sowieso veilig, de politie kon me toch nooit vinden want het was er te gevaarlijk, en de bewoners beschermden mij.”

Tijdens de zoveelste protestactie fluiten de kogels langs Frans Wuytack heen. Hij beseft dat Venezuela gevaarlijk wordt voor hem. Wanneer hij in 1974 opgepakt wordt in het bijzijn van guerilliastrijders hangt hem een gevangenisstraf van zeventien jaar boven het hoofd omdat hij banden heeft met een subversieve gewapende groepering. Hij kan kiezen: naar de gevangenis gaan of terugkeren naar België. Een paar uur later keert Frans voor de tweede keer terug naar zijn vaderland.


En dan is het 1979. Tijdens een optreden van een Mexicaanse groep komt Frans Wuytack, dan al 44 jaar, de 23-jarige Leen Van Rentergem tegen. Hij spreekt haar aan in het Spaans omdat hij denkt dat ze bij de Mexicaanse groep hoort. De hilariteit is groot wanneer blijkt dat ze net als hem Nederlands spreekt. Een paar maanden later zijn ze getrouwd en trekken ze naar Costa Rica. Hij krijgt vier kinderen met Leen. Zijn zoon Fabio is een gelauwerde documentairemaker. In de zomer van 2005 keerde hij samen met zijn vader terug naar Venezuela om daar de biografische documentaire “Padre Francisco” te filmen. Uit de reacties toen blijkt dat nog heel wat Venezolanen Padre Francisco niet vergeten zijn en hem nog steeds beschouwen als “één van hen”.

Opvallend is dat dertig jaar later de situatie van de armere Venezolaan niet drastisch veranderd is. Sommige barrio’s hebben nog steeds geen lopend water. Een project van de Londense University College hoopt hier verandering in te brengen. Hugo Chavéz heeft de pensioenen opgetrokken met 200 dollar, elke burger heeft nu recht op onderwijs gefinancierd door de staat, Cubaanse dokters hebben ziekenhuisjes opgesteld in de sloppenwijken. Beetje bij beetje verbetert de situatie. Maar het gaat langzaam.

Frans Wuytack heeft zich de afgelopen jaren meer en meer toegelegd op het beeldhouwen. Men beschouwt hem als een uitstekend beeldhouwer. Zijn atelier, gelegen in zijn achtertuin, is volgestouwd met beelden. Stuk voor stuk vertellen ze een stukje van zijn levensverhaal. Sommigen symboliseren de strijd anderen stralen zijn liefde voor het leven uit. Maar in al zijn werken staan mensen centraal. Want zij zijn het allerbelangrijkste voor Frans Wuytack.

maandag, mei 01, 2006

Gedichten van E.E. Cummings



i carry your heart with me (i carry it
in my heart) i am never without it (anywhere

i go you go, my dear; and whatever is done
by only me is your doing, my darling)
i fear
no fate (for you are my fate, my sweet) i want
no world (for beautiful you are my world, my true)
and it's you are whatever a moon has always meant
and whatever a sun will always sing is you
here is the deepest secret nobody knows
(here is the root of the root and the bud of the bud
and the sky of the sky of a tree called life; which grows
higher than soul can hope or mind can hide)
and this is the wonder that's keeping the stars apart
i carry your heart (i carry it in my heart)


since feeling is first

who pays any attention

to the syntax of things

will never wholly kiss you;


wholly to be a fool

while Spring is in the world


my blood approves,

and kisses are a far better fate

than wisdom

lady i swear by all flowers. Don't cry

--the best gesture of my brain is less than

your eyelids' flutter which says


we are for eachother: then

laugh, leaning back in my arms

for life's not a paragraph


And death i think is no parenthesis

zaterdag, april 29, 2006

Kukelekuuuu!

In De Standaard van deze week stond een goedgeschreven artikel van pdw naar aanleiding van de mp3-moord een paar weken geleden. Omdat ik als journaliste in opleiding bewondering heb voor een virtuoos taalspelletje, bied ik u dit stukje met veel plezier aan!

Kukelekuuuu!

VOLGENS Brussels parketwoordvoerder Jos Colpin meenden zowat alle ooggetuigen van de dodelijke steekpartij in Brussel-Centraal dat ze Noord-Afrikanen hebben gezien. Ondertussen weten we dat het om twee Polen gaat. Ik was er zelf niet bij, maar de vraag die zich onweerhoudbaar naar voren wurmt - als betrof het een fotograaf van Dag Allemaal nadat iemand vooraan in de rij had geroepen: is dat niet Rik Daems die ginds in zijn bloot gat staat? - is: waarom kunnen we geen Pool van een Noord-Afrikaan meer onderscheiden? Ik meen me namelijk te herinneren dat we dat nog niet zo lang geleden moeiteloos wél konden. Toen het kantelpoortenbedrijf Feryn uit Kapelle-op-den-Bos vorig jaar in mei aankondigde geen Marokkanen te willen aanwerven ,,omdat de meeste van onze klanten ze gewoon niet aanvaarden....'', voegden supporters van Feryns bedrijfscultuur daar met veel aplomb aan toe: ,,...met de Polen stelt dat probleem zich bijvoorbeeld helemaal niet...''

Als het gaat om het installeren van onze garagepoort, het pleisteren van de living of het metselen van een aan de controle der Bouwinspectie onttrokken veranda, weten we de Noord-Afrikanen van de Polen te scheiden van zodra ze één stap op de oprit hebben gezet, met onze vingers in de neus zelfs. Maar wanneer twee jonge Polen onder diezelfde neus een jongeman in koelen bloede neersteken in een goed verlichte stationshal zijn we er vreemd genoeg van overtuigd dat we twee Noord-Afrikanen hebben gezien. Ziedaar wat jaren van extreem-rechtse stemmingmakerij ons heeft opgeleverd: letterlijke kortzichtigheid.

Maar het zijn dus Polen. Bij de fanatieke aanhang van het Vlaams Belang sloeg dit nieuws vast in als een bom op het slaghoedje van een nog grotere bom. De demagogie-machine was net vorstelijk ingeolied, vlammende editorialen, lezersbrieven en forumberichten over het échec van de multiculturele samenleving waren al verstuurd en nu dit. Polen dan nog, dat zijn godverdomme katholieken!

Om toch maar niet in eigen boezem te hoeven kijken, kronkelen de flinke jongens ter rechterzijde zich momenteel in meer bochten dan iets wat zich in héél veel bochten kronkelt. Denk bijvoorbeeld aan een adder die door de andere adders voor de lol midden in een spijkerbed werd geflikkerd en die vloekend naar de uitgang van dat %*/°!!! labyrint zoekt. Ik vond een fraai voorbeeld van kronkelarij in de periferie rond Paul 'Meneer Alexandra Colen' Beliën, een man die op de wereld is gezet om ons erop te wijzen dat moeder Natuur soms wél een vacuüm toestaat. Op zijn internetsite The Brussels Journal had Beliën een paar dagen voor de stille mars nog een gulp gal getiteld ,,Geef ons wapens'' gepubliceerd, een schuimbekkend geschreven pamflet dat zelfs de als opiniestuk vermomde veest van Jean-Marie Dedecker ver achter zich laat in het grote Kampioenschap Reactionair Gezwam Ejaculeren. ,,De roofdieren hebben messen'', schreef Beliën. ,,Van kleins af hebben ze tijdens het jaarlijkse offerfeest geleerd hoe ze warmbloedige kuddedieren moeten kelen.'' Gezellige man.

In zijn entourage treffen we 'Hoegin', een enthousiaste medewerker van The Brussels Journal . Die heeft het sinds dinsdagmorgen erg moeilijk met de verontschuldigingen die het Brussels parket bij monde van Jos Colpin terecht aan de Noord-Afrikaanse gemeenschap heeft overgemaakt en zoekt op zijn weblog wanhopig maar tevergeefs naar hout snijdende argumenten om daar graten in te zien.

,,Ik moet eerlijk zeggen dat ik persoonlijk een paar Polen ken die zonder probleem voor Noord-Afrikaan zouden kunnen doorgaan'', gaat het al meteen in de eerste paragraaf. Een sterke opener. De auteur poogt hier twee vliegen in één klap te slaan: hij ondermijnt de stelling als zouden we makkelijk het verschil moeten kunnen zien tussen een Pool en een Marokkaan én hij beweert een paar Polen, allochtonen, persoonlijk te kennen. Hij kan dus bezwaarlijk van xenofobie worden beschuldigd. Het is eens iets anders dan ,,ik ben geen racist, maar...'' Hierop volgt een rist merkwaardige redeneringen die ik u zal besparen. Laat ik volstaan met te stellen dat de logica van kameraad Hoegin meer gaten bevat dan een stuk gruyère waar iemand zo-even zijn Uzi heeft in leeggeschoten. Afijn, even verder komen we uit bij de geweldige zin ,,De daders zijn toevallig ook twee jongens, maar stel dat het twee meisjes waren geweest die er nogal jongensachtig uitzagen, zou hij (Colpin) dan ook zijn verontschuldigingen aan de mannelijke helft van de bevolking hebben aangeboden omdat zij weer te snel met de vinger gewezen werden?'

Kukelekuuuu! is hier, geloof ik, de meest aangewezen riposte.(pdw)

Bron: De Standaard, 27/04/2006

woensdag, april 26, 2006

Pasfoto

Omdat blogspot een beetje moeilijk doet over de URL's die ik voor mijn foto zou willen gebruiken, zal ik hier gewoon een foto posten en dan is dat probleem ook opgelost! :)


maandag, april 24, 2006

Both Sides now - Joni Mitchell


Eén van mijn favoriete liedjes is "Both sides now" van Joni Mitchell. De versie van 5min46 wel :)
Prachtige lyrics. Je kan het hier beluisteren



Both sides now

Rows and floes of angel hair
And ice cream castles in the air
And feather canyons ev’rywhere
I’ve looked at clouds that way

But now they only block the sun
They rain and snow on ev’ryone
So many things I would have done
But clouds got in my way

I’ve looked at clouds from both sides now
From up and down, and still somehow
It’s cloud illusions I recall
I really don’t know clouds at all

Moons and junes and ferris wheels
The dizzy dancing way you feel
As ev’ry fairy tale comes real
I’ve looked at love that way

But now it’s just another show
You leave ’em laughing when you go
And if you care, don’t let them know
Don’t give yourself away

I’ve looked at love from both sides now
From give and take, and still somehow
It’s love’s illusions I recall
I really don’t know love at all

Tears and fears and feeling proud
To say I love you right out loud
Dreams and schemes and circus crowds
I’ve looked at life that way

But now old friends are acting strange
They shake their heads, they say
I’ve changed
Well something’s lost, but something’s gained
In living ev’ry day

I’ve looked at life from both sides now
From win and lose and still somehow
It’s life’s illusions I recall
I really don’t know life at all

I’ve looked at life from both sides now
From up and down, and still somehow
It’s life’s illusions I recall
I really don’t know life at all

Onderzoeksproject - reportage Actief Linkse Studenten

Op campagne met de Actief Linkse Studenten (ALS)
“Waarvoor staken wij nu eigenlijk?”

“Goedendag, wij zijn van de ALS en wij komen uw steun vragen voor de betoging van 27 april.” Dit is de openingszin die vier studenten keer op keer weer in de mond nemen wanneer ze van deur tot deur gaan in Home Boudewijn vlakbij het UZ in Gent. In elk hand een paar zakken met elk twee paaseieren. Een wit en een bruin. Voor twee euro is het van u. Krantje van de Linkse Socialistische Partij inclusief.

Wanneer ze de lift uitstappen op de veertiende verdieping komen de geuren van versgekookte avondmalen hen tegemoet. Een Spaanse student maakt paella klaar. Een koppeltje roert vlijtig in de pot spaghetti. Ze kijken allemaal eventjes op wanneer ze het groepje van vier zien toekomen met grote dozen onder de arm en massa’s kranten.

“Stop de vermarkting van het onderwijs!” staat er in het groot gedrukt op de kranten. Binnenin fulmineren de auteurs tegen de nieuwe plannen van minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke. Het valt op dat de auteurs veel feiten aanhalen die uit hun context gerukt worden. Zo vermelden ze dat sommige universiteiten en hogescholen met het nieuwe plan x-aantal miljoenen euro’s minder subsidie zullen krijgen. De auteurs vergaten er wel bij te vermelden dat deze instituten nu systematisch te veel subsidie krijgen en dat het dus maar logisch is dat ze krijgen waar ze recht op hebben. Veel minder dan nu met andere woorden.

Bij aanvang van de campagne kijken drie studentes naar Boris, de voorzitter van ALS-Gent. “Wat moeten we eigenlijk zeggen indien ze vragen waarvoor we protesteren?” klinkt het weifelend. “Zeg gewoon dat we tegen het plan Vandenbroucke zijn. En ook dat wij de drijvende kracht zijn achter de staking op 27 april.” Nog steeds gefronste blikken. “Ok, maar wat houdt dat plan dan in?” Boris antwoordt geduldig: “Wel, dat gaat ervoor zorgen dat we geen masters meer kunnen volgen en dat er één elite-universiteit zal ontstaan, namelijk Leuven. We verkopen de eitjes om onze stakingskas te vullen.” Met deze boodschap gaan de dames op stap.

De paaseieren verkopen vlot. Waarschijnlijk omdat het etenstijd is en veel studenten spontaan beginnen te kwijlen bij het zien van de twee ovaaltjes heerlijk snoepgoed. De boodschap raakt hen minder. Velen kopen snel een paar eitjes om deze ongenodigde gasten weer snel hun studentenkamer uit te krijgen. Hier en daar vragen studenten toch meer uitleg aan de ALS-studenten.

Zo ook Coen (20), een student landmeetkunde uit Nederland. Hij knikt bevestigend wanneer hij de retoriek van twee ALS-studentes aanhoort. Beseft hij eigenlijk dat hij zonet een extreem linkse studentengroepering financieel heeft gesteund? Hij kijkt geschrokken. “Meen je dat nu? Hier voel ik me wel niet goed bij.” Wanneer ik vertel dat het Vlaamse hoger onderwijs waarschijnlijk een financieringsmodel krijgt naar het Nederlandse systeem komt de protesterende student in hem naar boven: “Dat systeem is gewoon rotslecht. Ze hebben het snel willen invoeren en daardoor hangt het met haken en ogen aan elkaar. Nu probeert de regering het beetje bij beetje bij te sturen. Het inschrijvingsgeld is in Nederland driemaal hoger dan in België. Als niet afgestudeerde student heb ik op dit ogenblik een hoge schuld bij de Nederlandse staat. Maar als ik mijn studies op zeven jaar afwerk, dan vervalt mijn schuld.” Hij haalt zijn schouders eens op.

Op de tiende verdieping heeft Liesje (24), studente regentaat, er genoeg van. Ze zet zich op de grond, de dozen met paaseieren omringen haar. Waarom heeft ze zich geëngageerd voor de ALS? “Ik ben eigenlijk aangesloten bij de Linkse Socialistische Partij en zo ben ik bij de ALS-studenten beland. Ik ben ook opgekomen voor de LSP bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen. Want ik denk dat ik zo echt iets kan veranderen aan onze samenleving.” Ze zucht. “Het gaat niet goed met de wereld en de enige manier om er iets aan te doen is door de mensen te betrekken bij onze campagnes. Want je hebt de kracht van de mensen nodig om zaken écht te veranderen. Wat wil ze dan veranderen? “Er zijn te veel wapens in de wereld en die kunnen alleen maar verdwijnen als alle mensen dat ook willen.”

Boris (22), student fotografie en voorzitter van ALS, spreekt een paar studenten aan die samen de afwas doen. Geen enkele student heeft twee euro over voor de eitjes. Waarom? “Omdat mijn portemonnee het niet toelaat, want ik heb wel degelijk respect voor deze geëngageerde mensen”, zeggen twee van hen. Maar Glenn (23), student burgerlijk ingenieur, denkt daar anders over: “Nooit zou ik mijn geld willen geven aan de ALS. Toen ze nog Blockwatch waren dan kon ik nog respect voor hen opbrengen, maar de laatste tijd vervallen ze in zinloos geweld. Betogen om te betogen. Vechten om te vechten.”

Een verdieping lager zit Jurn (24), afgestudeerd als industrieel ingenieur, gezellig te eten met zijn vriendin. Hij is een van de weinigen die heel bewust het krantje kopen. Zijn vriendin is op haar beurt blij met de eitjes. Jurn: “Ik heb de laatste weken het nieuws gevolgd over de outputfinanciering. En ik ben absoluut niet akkoord met het nieuwe plan van de minister. Daarom steun ik met veel plezier deze actie, ook al is het dan van een groepering waar ik me normaal niet mee associeer. Ik hoop dat de staking een succes zal zijn.”

Na vier verdiepingen en twee uren zeulen met zakjes paaseieren hebben de studenten er genoeg van: “We hebben goed verkocht. De rest houden we voor een volgende keer.” De dozen met paaseitjes worden weer in de lift gedragen en de groep verdwijnt in alle stilte uit de studentenhome van de Universiteit Gent.

Een paar meter verder staat Coen, de Nederlandse student. Hij heeft een knaloranje pluchen muts op. Hij spreekt passerende studenten aan. “Komen jullie niet naar onze Dutch Night hier in de bar? We hebben frikadellen, bitterballen en pindakaas.” De respons is flauwtjes. “We hebben onze bar versierd met Belgenmoppen, kan dat je niet overtuigen?” Deze student landmeetkunde zou veel leren in een extra jaartje marketing. Al kan het zijn dat hij dat tegen dan niet meer kan betalen, als minister Vandenbroucke zijn zin krijgt.

zondag, april 23, 2006

Vrouwenpraat

Het is een huizenhoog cliché: zet tien vrouwen in dezelfde kamer en je hebt een wereldoorlog. Vooral mannen delen deze levenswijsheid graag met omstanders, liefst bij het binnenkappen van de vijfde pint van de avond.

Naïeve zielen noem ik ze. Weten zij veel waarover vrouwen het écht hebben wanneer ze zich groeperen en een grote Vrouwenraad uitroepen. Het is een mysterieuze ontoegankelijke wereld voor mannen. Soms gebeurt het wel eens dat een man zich op glad ijs begeeft. Dan vraagt hij waar meiden onder elkaar het over hebben.

Groot is zijn ontnuchtering wanneer blijkt dat vrouwen vooral roddelen. Over hem en zijn soortgenoten. En dan liefst over hoe klein ze geschapen zijn en wat voor rotzakken het soms zijn. Als de mannen geluk hebben geven de dames misschien toe dat de bedprestaties van de andere sekse buitengewoon zijn. Maar deze toegift is bijna even uitzonderlijk als winnen met de loterij.

Een groepje vrouwen samen kan in een mum van tijd de intiemste details delen met elkaar. Ze hebben geen gêne tegenover elkaar want ze weten dat geen enkele vrouw deze vertrouwensband zal verbreken. Toch niet tegenover een man. Vrouwen zullen nooit het mysterie ontsluieren. Bijgevolg praten ze er vlijtig op los.

Zo is het favoriete onderwerp ‘Het Exensaga’. Bij voorkeur vermelden ze dat de bedkwaliteiten van hun toenmalige vriendjes maar magertjes waren. En zijn tweede brein mocht ook iets groter zijn. Want met breedte alleen ben je niets. Al maken ze dat de mannen graag wijs ter bescherming van hun ego.

Ze beklagen zijn nieuwe vriendin en ze zijn ervan overtuigd dat zij hem binnen het jaar weer zal verlaten. De schoonmoeder-ooit-in-spe, beter gekend als Het Kreng, moet er ook aan geloven. Doorgaans gespijsd met lange verhalen waarbij haar wandaden tot in het kleinste detail worden geëtaleerd. Gevolgd door eenstemmig en begrijpend geknik. De herkenbaarheid is groot.

Wij, vrouwen, zijn er ook voor elkaar wanneer een specimen van het andere ras ons in de steek heeft gelaten. “Mannen ze zijn allemaal dezelfde” is zowat het mantra van elke zichzelf respecterende vrouw. De hartverwarmende steun van vriendinnen in zulke traumatische periodes verloopt volgens een vast stramien. Vastgelegd in het Wetboek voor Vrouwenzaken.

Het begint met het ongeloof over wat Die Klootzak toch gedaan heeft. Gevolgd door een bevestiging van wat je zelf eigenlijk ook al wist: hij ziet niet in hoe geweldig jij wel bent. Ooit zal hij inzien dat jij het beste was dat hem kon overkomen. Zijn straf met onmiddellijke ingang: negeren, negeren en -oh ja-, negeren. Ondersteund door kwade blikken van jou en de verzamelde Vrouwenraad. Als het even meezit worden de lieven van de strijdkrachten ook betrokken in de uitvoering van de straf. Zij moeten met Dat Gespuis praten om hem duidelijk te maken dat hij zijn leven vergooit en dat jij beter verdient dan zo behandeld te worden door hem. Dit zijn zonder meer hoogdagen voor de Eva’s.

Al voert er één ding onze absolute top aan: de dag dat een vroeger vriendje terug voor de deur staat. Gedumpt door de misses die jou verving. Je vond haar eigenlijk altijd al een lelijke vrouw zonder uitstraling. Op goede dag staat hij daar dus zo breekbaar en verloren. Zijn verleidelijke lippen bewegen en zeggen: “Ik besef nu dat wat wij hadden zo slecht nog niet was. Het spijt me enorm dat ik je heb laten gaan.” Het klinkt ons als een orgasme in de oren. Want we haten het misschien dat we gedumpt worden, maar wat we nog erger vinden is dat we vervangbaar zijn. We willen voor altijd de nummer één blijven. Dus wanneer Mister Ex ons deze egoboost eindelijk geeft –hadden we het trouwens niet voorspeld?- dan kijken we hem lief aan, zeggen we dat het spijtig is dat hij dat nu pas inziet maar dat we ondertussen zijn verdergegaan met ons leven. Vervolgens draaien we ons om en trippelen we op onze modieuze naaldhakjes weg. Voldaan grijnzend.

Ja, vrouwen, heerlijke wezens zijn het. In het bijzijn van mannen zijn ze lief, flirterig en moederlijk. Ze zijn een luisterend oor. Hun aura schreeuwt: “Vertel mij alles over jouw leven!” Het is een deel van hen dat ze koesteren. Hun raison d’ être.

Maar als vrouwen onderling keuvelen dan komt het seksuele wezen in hen naar boven. Ze hebben er geen probleem mee om te zeggen welke vrouwen ze bloedmooi vinden. Of welk standje het leukste is. En hoezeer ze een hekel hebben aan wax. Ze vertellen zelfs hun échte aantal sekspartners. Ze overwegen of ze ooit een borstvergroting zouden willen en delen hun angst ooit borsten te hebben die tot de navel hangen. Sommigen vertellen zelfs over hun bedspeelgoed. Gevolgd door veel gegniffel en steken onder water.

Maar wanneer een man zich terug op hun territorium begeeft dan keuvelen ze braaf over wat ze die week op tv hebben gezien. En hoe leuk ze het vorige week wel vonden toen ze samen met de mannen op stap waren.
Laat de mannen maar denken dat ze brave engeltjes zijn. Vrouwen weten beter. Maar dat hoeven de mannen daarom nog niet te weten.